Inwijding van de protestantse kerk te Zevenaar

reactiedatum 1 mei 1660
Gedrukte inwijdingspreek van ds. Petri van Sinderen, 1660 Gedrukte inwijdingspreek van ds. Petri van Sinderen, 1660


Op 1 mei 1660 wijdde ds. Petri van Sinderen de zojuist gebouwde kerk van Evangelisch Reformirte Gemeijnde te Zevenaar plechtig in met de woorden uit 1 Petrus 2:5 ‘Laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel’. De inwijdingspreek verscheen in druk. Naast de preek bevat het boekje een opdracht en een drietal lofdichten. Ieder die had bijgedragen aan de totstandkoming van het kerkgebouw kreeg het boekje toegezonden.

Opdracht

In de Opdracht zwaaide Petri uitvoerig de lof toe aan de adellijke dames Iosina van Wittenhorst en Catharina Sophia van Hertevelt, Kolck en Egeren. Hij eindigde met de wens ‘dat Sijne Goddelijcke Majesteyt over U Genad’ en U Hoogh Edel (G(eboren) Persoonen en geheele Familie rijckelijck sal uitstorten allerley tijdtlijcke en lichamelijcke, doch voor al eeuwighe en geestelijcke Zegeninghen.’ In de opdracht schetste hij verder de situatie van de gemeente vanaf 1611. Hij deed dat in een voor niet in de Bijbel ingewijden een onbegrijpelijke taal. Ik citeer die taal, omdat ze weergeeft hoe in het begin van de zeventiende eeuw werd gepreekt.

Vermanende woorden

Over zijn tijd had de predikant niet veel goeds te melden. De hele stad was bijna verblind en ‘versopen in’t Afgodische Pausdom’ en elk boog de knieën voor Baäl. Slechts een enkeling was rechtgelovig en als zodanig ‘ghelijck een Lely onder de doornen’. De eerste leden van de gemeente waren als ‘schapen sonder eygen Herder’. Daaraan denkend verzuchtte Petri: ‘in wat vrees en onghemack moest den waren Godesdienst geoeffent worden; hoe wierden de rechtgeloovighen vervolght, bespot en versmaet, byzonderlijck in’t Jaer 1611, doen de Magistraten en Hoofden van dese stadt de Voogangers waren, en haer toonden als wreede Nimrods, schampere Ismaels, en bloeddorstige Achabs, tegens de rechtgeloovighen.’ Gelukkig was, aldus Petri, de zondvloed voorbij: God zelf bouwde ‘hier de Muyren van Jeruzalem’. ‘Wy en hoeven niet meer te vreesen voor de Tyrannye onser Vyanden, en voor de Spyons van ’t waere Israel Gods, de Heer geeft ons nu een Josua en Caleb, Yverighe Regenten, beschermers van de Religie, Vaders en Voesterheeren van sijn Volck: oock Leeraers in sijn Gemeente, en Herders voor sijn Schapen.’

Lofdichten

Na de opdracht volgen lofdichten waarin achtereenvolgens de gemeente, de nieuwe kerk en de predikant worden bezongen. Het Lofdicht Ter eeren van de Nieuwe Ghereformeerde Kercke tot Zevenaer is deels een herhaling van wat Petri al had vermeld in de Opdracht. Daarnaast worden er toespelingen gemaakt op zijn naam. De gemeenteleden worden aangespoord: ‘Gaet met u Herder voort (…), Volgt hem op ’t spoor van deugt als geestelijcke bracken.’ Het tweede lofdicht, geheel in het Latijn, is gemaakt door Joan Bornius, leraar in de klassieke talen aan het gymnasium te Wesel, waar Petri gestudeerd had. Het derde lofdicht prijst ds. Petri. Het noemt hem ‘een trouwen Herder’, een ‘Goddelijk Gesant, gezeghent Licht (…) Doorgloeyt van hemelsch yver.’ De lofdichter vraagt zich af: ‘Wat salmen u tot loon voor arbeydt op gaen dissen?’ Zijn antwoord is: ‘De Lauwer is te dor om u te zijn een Kroon. Den Hemel zy u dan hier namaels tot een loon.’

Preek

Tenslotte volgt een lange preek van ds. Petri: Zyons Tempel-vreughdt. De ‘Inwyungs Predicatie’ is doorspekt met citaten van Bijbelteksten. Ook Seneca en Ovidius worden geciteerd en nog wel in het Latijn. De preek bestaat uit twee hoofddelen. ‘Het eerste is een onderwijsinge van de hoedanigheyt en beqyaemheyt die wy moeten hebben/ uytgedruckt en af-gebeelt door de leevende steenen. Het tweede is een vermanungh tot opbouwingh onses selfs tot een geestelijck Huys.’ Aan het eind van zijn preek schetste Petri de taak van predikanten en van magistraten: ‘Herders en Leeraars moeten voorgaen in dit H. werck als medearbeyders Gods en Opperknechten J.Christi. Magistraten en Overheden moeten volgen / meer brengen als andere haer Ondersaten voorluchten met de Lanteerne van een Godtsaligh leven.’ Hij riep de magistraten en overheden op: ‘Wel aen/ helpt my oock in de bevorderingh van den geestelijcken bouw: ijvert voor Jehova, sorght voor sijne Eer / verdedight de Religie / weest vyanden van Babel / bemint de Godtsaligheyt / en wordt selfs tot een levendighe steen, geleydt op het fundament Christum Jesum.’

Leen den Besten

Literatuur

Leen den Besten, Woord voor woord. Preek van Johannes Petri van Sinderen bij de ingebruikname van de gereformeerde kerk te Zevenaar en enkele lofdichten, Zevenaar: Melior Producties, 2010 (Heruitgave van het boekje van ds. Petri en een toelichting erop).

 

Tags:

Geef een reactie